Het haarlint

Titel
Het haarlint

Jaar
1982

Overig
proza

Pagina's
156



En daar kwamen weer duizenden donkere paarden aan. Maar nu sterker en forser gebouwd, met snuivende kop en lange, ranke poten. Ze trappelden door de ruimte, stieten dwars door de jagende wolken, stortten zich in boomkruinen en snelden weer omhoog. Op hun rug zaten donkergrijze gestalten, breedgeschouderd, die bliezen en bulderden.

'Wat een storm!' zeiden de mens, doken diep weg in de kraag van hun jas en trokken hun hoed in de ogen.

De sterke stormpaarden rukten takken van de bomen, sleurden hoeden mee, gooiden vuilnisemmers om en haalden andere ondeugende streken uit. Soms sprong een groep op een snel drijvende wolkbank, raasde eroverheen, trapte er deuken in en scheurde er stukken af die als felle regenbuien neervielen. Ook het water van zeeën, meren en plassen vergaten ze niet. Ze joegen het op tot schuimende golven die donker glinsterden onder de zwarte lucht. De zee nam het gejoel van de stormruiters over, bruiste en daverde en stortte zich op het strand alsof ze dat geheel wilde verzwelgen. En op elk van de ontelbare golven reed een paard. Maar ook daarboven, tot ver in de hemel, galoppeerden de paarden. De oude man kon zijn ogen niet verzadigen. Hij was niet bang meer, maar hij kon het alles toch niet zonder beven gadeslaan. Hoe vaak hij ook door storm en noodweer was gegaan, hoe dikwijls hij had gehuiverd onder de woedende vlagen, nu hij dit zag, tot in de diepste diepten, werd het nog veel ontzagwekkender en beklemmender. Groter geweld kon niet bestaan, dacht hij.

Het leek alsof de stormoverste zijn gedachten raadde, want hij beval: 'Zeer sterke windgeesten!'

En zie, de kudden werden opgejaagd en verdreven door nog sterkere, nog imposantere dieren. Onder en tussen de wolken stoven de legers weg, de horizon tegemoet, op de voet gevolgd door de nieuwe massa's. Het waren paarden met brede, gewelfde borsten en zware poten, ruig van haar. Hun lichaam stond gespannen van kabelsterke spieren, die zich aftekenden van de zware kop tot de lange, dikke staart. 'Bombombom!' klonk het waar ze draafden. Er stond schuim op hun bek, hun grote gele tanden kwamen af en toe bloot, het zweet liep in stralen van hun huid. En op hun rug zaten ruiters in pikzwarte mantels die wijd uitwaaierden en

94

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.