'Jan, toe, luister nou/ smeekte ze, maar ik was de kamer al uit, ging m'n spullen bij mekaar zoeken en een koffer pakken. Al die tijd vertoonde Annie zich niet, Hilde evenmin. Pas toen ik de trap naar buiten wilde afgaan, kwam ze me achterop. Ze huilde niet meer. 'Je komt terug, Jan/ zei ze. Ik haalde m'n schouders op en liep de trap af.
Ik zei m'n ouders dat het uit was met Annie en dat ik er verder niet over wou praten.
Mijn vader en moeder waren enorm geschikt en slikten hun nieuwsgierigheid in, al kwamen ze op den duur wel wat te weten. Maar dat ze precies aan de weet zijn gekomen hoe de vork in de steel zat, geloof ik niet. Ze hebben in elk geval nooit laten merken wat ze precies wisten. Eigenlijk logisch, want wat die vrouwen hadden uitgespookt, lag van hen even ver af als van mij. Trouwens, seksuele dingen kwamen nooit aan de orde, die bleven achter de slaapkamerdeur.
Daarna leek alles weer zo'n beetje te gaan. Ik stond voorlopig bij m'n vader in de zaak.
Maar na een dag of tien kon ik op een ochtend m'n bed haast niet uitkomen. Het was of ik met touwen werd vastgehouden, ik moest me letterlijk losrukken. Maar toen ik op m'n benen stond, leek m'n lichaam van lood. Ik kon me amper bewegen. Ik wou me ertegen verzetten, maar dat lukte niet al te best, ik strompelde maar wat, ik kon m'n gedachten niet bij mekaar houden - ik was een wrak.
M'n moeder liet de dokter komen en die zei: rust nemen, als ik er zin in had een wandelingetje maken, weinig lezen, naar de bomen kijken en naar de vogeltjes luisteren. Naar buiten dus, en dat stukgelopen huwelijk verwerken, want daar ging het om.
Ik geloof niet dat me dat ooit gelukt is. Begrijp me goed: de schrik, de pijn en wat er in het begin nog meer aan te pas kwam, zijn verdwenen. Maar de hele ervaring, de ontmoeting met iets waarvan ik geen idee had, heeft me nooit echt losgelaten. Daar leef ik nog mee en dat zal ik wel tot m'n laatste dag moeten meedragen.
Ik ben gaan rusten, in een pensionnetje op de Veluwe. Ik telde er eerst de knopen aan m'n jasje, toen de bloemen op het behang, ten slotte de bladeren aan de bomen. Een dokter gaf me pillen, zodat ik kon slapen, maar dat was ook niet de oplossing, want Annie verscheen in al m'n dromen.
86