ter een verbeten uitdrukking hun ontroering te verbergen. Bacher had inmiddels een gebed aangeheven, een oud dankgebed voor de maaltijd, met een zangwijs waarmee allen konden instemmen. De meesten kenden de woorden niet en de melodie maar half. Op dit ogenblik kwam alles wat zij ooit hadden afgezworen of een stille dood hadden laten sterven weer tot leven, ging het individuele lotgeval op in een collectief lot van talloze generaties.
Later dronken zij samen koffie of wat daarvoor in deze tijd in de plaats was gekomen, gingen verder met hun koffers pakken en naar bed.
De kinderen sliepen toen al, de bevroren wereld buiten ook.
VII
Een korte sneeuwbui in de nacht had alle voetsporen uitgewist. De aarde was onbetreden. Geen mens wierp een blik op die witheid, de bewoners van de grote villa deden dit zeker niet. De kinderen hadden rustig geslapen. Zo vroeg kon men hen maar moeilijk wakker krijgen; ze wankelden en grepen zich vast aan hun bed, waarvan ze geen afscheid konden nemen.
De volwassenen, zich bewust van hun verantwoordelijkheid, deden flink en maakten zo weinig mogelijk geluid. Daardoor kregen ze in de stille winterochtend iets schimmigs, en als schimmen zagen ze elkaar toen ze tegen half zeven op de bovenverdieping bijeenkwamen.
Ze hadden de vorige avond Wehners instructie zich op dit uur te verzamelen zwijgend aangehoord en nu volgden ze zijn instructie zwijgend op. Tussen die twee momenten lag een nacht van woelen en wegzinken, van angst en berusting. Wehner was de laatste die de uitbouw binnenging. Hij had er steeds op toegezien dat voldaan werd aan Falke's verzoek, de deur naar het douchelokaal zorgvuldig te sluiten, omdat de damp zich anders gemakkelijk door het grote huis zou kunnen verspreiden.
Deze ochtend, terwijl de anderen al in de kleedhokjes waren en hij de deurknop vasthield, kwam de gedachte bij hem op dat het interieur van het huis wel het laatste was waarom hij zich diende te bekommeren. Hij liet de deur los en stapte zijn kleedcel binnen.
152