zing zou hen daar misschien terugbrengen.
De grote mensen keken ernstig en zeiden dat ze het niet wisten. Die ernst maakte indruk op de kinderen, maar niet zoveel dat hun blijdschap over de verandering erdoor werd aangetast. Soms keek het oudste meisje naar haar moeder met een blik die van alles uitdrukte: angst, verlangen, twijfel, vreugde. Maar niemand, ook niet haar moeder, had veel aandacht voor haar.
Dat hun vragen naar het reisdoel geen resultaat hadden opgeleverd, belette de kinderen echter niet met andere vragen te komen, die nog verder reikten. Mevrouw Hertz' pleegkind vroeg opeens, na wekenlang zwijgen, wanneer haar vader en moeder terugkwamen. De meisjes Hanf vroegen of ze niet weer naar een echte school konden.
Aan het eind van de maaltijd vroeg de oude Bacher om een ogenblik aandacht. In zijn heldere ogen lag weer de glans die ze ook bij de eerste maaltijd hadden gehad. Hij was vijfenzeventig jaar, grijs en licht gekromd, maar sterk, een man zonder familie, met alleen herinneringen.
Hij keek langzaam de kring rond, alsof hij de gezichten een voor een in zich wilde opnemen. De anderen kregen het gevoel dat hij hen niet aankeek zoals ze daar zaten, schepsels die slechts een beperkt leven beschoren was, maar alsof hij hen met zijn blik boven hun beperktheid uittilde, hen ophief naar een andere sfeer die zij onmogelijk met woorden konden aanduiden.
'Vrienden,' zei hij, 'ik heb niet veel te zeggen. Onze positie is onzeker en op het ogenblik is ze dat meer dan ooit, althans wat ons aards bestaan betreft. Maar ik heb het vaste geloof dat wij in onze vergankelijkheid deel uitmaken van een onvergankelijk geheel waarvan het wezen liefde is. En ik hoop dat, wat er ook mag gebeuren, u de aanwezigheid van die liefde zult ervaren en vasthouden.'
In de situatie waarin ze verkeerden, kregen deze paar zinnen een gewicht als onder andere omstandigheden ondenkbaar zou zijn geweest. De twijfel die bij deze of gene nog mocht bestaan, kon niet op tegen alles overweldigende levensdrang.
De kinderen keken met grote ogen naar de volwassenen, van wie sommigen een snik niet konden onderdrukken. Anderen kregen tranen in hun ogen, weer anderen poogden ach
151