Om half zeven precies stond iedereen in een douchehok. Een paar minuten later deed Falke een andere deur achter zich dicht. Hij had zijn plicht gedaan en liep vlug van de uitbouw door het besneeuwde bos naar zijn huis terug. De wind joeg een paar losse vlokken sneeuw achter hem aan.
Terwijl Falke hijgend zijn huis binnenging, hoorde hij in de verte een rumoer dat hem een ogenblik deed stilstaan. Hij wilde verder gaan, zich losrukken van wat daar gebeurde, maar zijn benen waren als verlamd. Met beide handen zocht hij steun tegen de gangmuur, die onder zijn tasten klam werd als de huid van een mens in doodsnood.
Het rumoer, dat eerst een verre wirwar van gillen en kreten was geweest, kwam naderbij en daverde langs de grond en door de bomen op hem af. Er drong een vreemde lucht in zijn neus, zijn ogen begonnen te tranen. Hij opende zijn mond, een vlam schoot in zijn keel, een brand die zijn darmen leek te verscheuren.
Hij schreeuwde. In het schemerdonker kwam zijn vrouw aanwankelen. Ze viel, maar voor ze de grond raakte, ving hij haar op en samen, hun lichamen vreemd gekronkeld, kropen en schoven ze naar buiten, waar de wind de laatste klanken van het gegil en gekrijs naar hen toe blies.
Falke kon zijn vrouw niet langer vasthouden. Ze werd een loodzware, vormloze massa waardoor hevige krampen voeren. Hij kroop verder, zijn mond op de sneeuw, zijn armen verwilderd als de vlerken van een aangeschoten vogel. Een eind van hem verwijderd worstelden de mensen uit de villa, die de deur tussen de doucheruimte en het huis hadden weten open te rukken. Pas na verloop van lange, eindeloze minuten viel de stilte van de dood in. Het geschreeuw kromp tot zacht kermen en steunen en eindelijk tot een gemurmel dat snel uitdoofde.
Hahne vond Falke twee uur later, kort nadat de winterdag stralend was aangebroken. Hij nam eerst tijd voor een inspectie van de doden: de villabewoners, de vrouw van Falke, de hond en ook de kippen. Toen, neergehurkt, vergewiste Hahne zich ervan dat zijn aanvankelijke indruk juist was: Falke leefde nog.
Maar dat betekende slechts uitstel van executie, want de openstaande deur van de uitbouw vormde het bewijs van Falke's onzorgvuldigheid.
153