zakte, dat hij de grond in gedrukt werd. Hij zag Falke niet meer, hij had hem niet zien weggaan.
Toen hij voor de deur van de bibliotheek stond, vond hij iets terug van zijn oude kracht. Hij hoorde gedempt praten en daar bovenuit de stem van een van de kinderen. Bij zijn binnenkomst zei mevrouw Hertz: 'We moesten maar eens voor het eten gaan zorgen.'
Twee vrouwen stonden tegelijk met haar op en verlieten met haar de bibliotheek.
Wehner wierp een blik op de gezichten. Gezichten van mensen die wilden leven. Ze leken Wehner evenwichtiger dan toen hij de bibliotheek verliet, niet meer verbijsterde individuen, maar een kleine gemeenschap die bezig was haar krachten te verzamelen, voor de zoveelste keer.
Hij wilde de anderen op de hoogte brengen van zijn gesprek met Falke, maar bedacht zich. Niemand vroeg hem iets, misschien waren ze bang te horen wat hij te zeggen had.
Er werd met kranten geritseld, een geluid alsof er bladeren neerdwarrelden.
De oude Bacher sloeg vrij snel de bladzijden om van het boek dat hij in zijn handen hield. Hij knikte een paar keer, alsof hij gevonden had wat hij zocht, maar bladerde dan toch weer verder.
Wehner verliet de kamer. Hij trok zijn jas aan, zette zijn hoed op en ging naar buiten. Behalve het knerpen van de sneeuw onder zijn voeten was er niets te horen. De maan gaf weinig licht, de sterren schitterden verder weg dan ooit. Straks ging de maan onder en zou het donker alle vormen wegvagen.
De maaltijd verliep bijna als alle vorige maaltijden. De gesprekken stokten dikwijls, maar dat was niet ongewoon onder deze buiten de gang van de wereldgebeurtenissen levende mensen. Minder gewoon waren een paar luchtige toespelingen op de reis van morgen, brokjes galgenhumor waarmee sommigen de maaltijd trachtten te kruiden. De stilte die er telkens op volgde, zou des te beklemmender zijn geweest als de kinderen zich niet hadden laten horen. Het huis met zijn talrijke kamers en schuilhoeken had hen eerst geboeid, maar was, vooral door de stilte eromheen, gaan vervelen. Ze verlangden naar de stad en de komende verhui
150