IV
De winter viel vroeg in, voor deze streek misschien niet ongewoon vroeg, maar voor de nieuwe bewoners wel.
Bij hun aankomst waren de loofbomen reeds zo goed als kaal geweest en toch scheen het licht sindsdien nog verscherpt, was de ruimte groter geworden en hier en daar een nieuw verschiet opengegaan. Een verschiet dat door geen aanwezigheid van mensen werd verlevendigd. Indien er hier in de buurt ergens werd gewoond en gewerkt, dan gebeurde dat op een volstrekt onwaarneembare manier, zonder een spoor van beweging of geluid. Hadden de villabewoners niet de beschikking over kranten gehad, dan zouden ze gedacht kunnen hebben dat het menselijk bedrijf tot stilstand was gekomen en dat alleen in de natuur zich nog veranderingen voltrokken.
Allen Falke en zijn vrouw konden als vertegenwoordigers van de buitenwereld gelden, maar zij gingen stil hun gang en werden nooit in gezelschap van onbekenden gezien. Hun hond was kennelijk aan zijn laatste levensfase toe en al bijna deel van de dode natuur. Wilde men wat leven en bedrijvigheid vinden, dan bleef alleen een handvol rondscharrelende kippen over.
Als Wehner 's morgens naar buiten keek, zag hij een wereld van glas, wit van nachtvorst. Hij voelde zich dan iemand die vanuit een hiernamaals een blik wierp op een wereld die hij zich nauwelijks kon herinneren.
Naarmate er meer bewoners uit hun kamers kwamen, verdween dit gevoel en ging Wehner op in de dagelijkse routine, werd hij weer de contactman die hij in een vroeger bestaan was geweest. Klachten over de gezondheid trachtte hij te verhelpen met eenvoudige medicijnen die hem desgevraagd door Falke werden bezorgd. Als hij de kinderen zag, werd hij hoe langer hoe vaker herinnerd aan zijn eigen kinderen, ver weg in een onbereikbaar land. De scheiding was zwaar, maar hun aanwezigheid hier zou veel erger zijn geweest. Nee, hij kon zich daarover niet beklagen. Emma was er minder goed tegen opgewassen en zocht een compensatie door de kleine Trudi aan te halen, wier pleegmoeder sterk door huishoudelijke zorgen in beslag werd genomen. Het kind vroeg niet meer zo dikwijls wanneer haar vader en
143