zijn we allemaal verloren.' Hij was daar niet op ingegaan, maar had een huivering niet kunnen onderdrukken. Zo'n zelfde huivering kreeg hij bij het zien van Hahne's liefkozend gebaar. Bescherming? Verloren? De tijd voor vragen was voorbij. Er bleef niets anders over dan af wacht en.
Op Hahne's verzoek ging Wehner met hem naar een kleine zijkamer, terwijl de anderen zich aan het ontbijt verzamelden. Er viel bleek herfstlicht door het raam, pal in Wehners ogen. Hij ging wat verzitten en zag de lijnen van Hahne's hoofd en gezicht een ogenblik zo scherp alsof ze niet met huid bekleed, maar naakt waren, als bij een doodshoofd. Tijdens het gesprek dat volgde, drong zo nu en dan een geluid uit de eetkamer tot hen door.
Of alles vlot liep, wilde Hahne weten. Wehner antwoordde dat het natuurlijk even wennen was, maar dat hij nog geen klachten over huisvesting en verzorging had gehoord. Alleen het baden leverde problemen op. 'Daar wou ik het juist over hebben,' zei Hahne. 'Problemen is vriendelijk gezegd. Je bedoelt dat de douches niet werken. De watertoevoer is wat dat betreft niet in orde. Morgen zal dat hoogstwaarschijnlijk in zoverre geregeld zijn dat er voortaan tussen acht en half negen 's morgens water is, zowel warm als koud. Dat is niet lang, maar je hebt vast al gezien dat er in de uitbouw een vrij groot aantal badcellen is.'
Wehner knikte. De uitbouw was een nieuw aanbouwsel met gelijkvloers een paar bij de keuken aansluitende werk- en wasruimten en op de bovenverdieping twee rijen douchecellen met kleedhokjes. 'Er is voor iedereen plaats,' zei Hahne. De mannen keken elkaar aan en, naar Wehners gevoel, tegelijkertijd langs elkaar heen. Hahne stond op. 'De eerstkomende dagen ben ik op reis,' zei hij. 'Is er iets te vragen, dan kan Falke je misschien helpen.'
Ze waren in de gang. Uit de eetkamer klonken stemmen. Hahne opende de deur en keek naar binnen. Hij wisselde een groet met de bewoners en wenste hun een prettige maaltijd. Wehner liep met Hahne mee naar de auto.
Er dreven kruidige geuren door de lucht.
' 't Is fris,' zei Hahne. 'Blijf niet staan.'
Terwijl de echo van de klap waarmee hij het portier had dichtgeslagen, wegstierf, liep Wehner langzaam terug.
142