den die echter juist door hun boersheid geruststellend klonken en een sfeer van pastorale geborgenheid schiepen. Een grote herdershond keek met lome ogen op naar de bus. Door het zachte ronken van de motor mengde zich het gekakel van kippen, een geluid uit een onzichtbare achtergrond.
Ze reden door. Een paar honderd meter verderop stopten ze bij een grote villa, een huis met verscheidene serres en terrassen. De gazons waren goed onderhouden; slechts hier en daar in de nu kleurloze bloembedden lag een gevallen boomblad. Iets verder stonden een paar eiken; het dorre lover aan hun takken huiverde hoorbaar.
De chauffeur hielp de bagage naar binnen dragen. Hij verwees het gezelschap naar een grote tuinkamer en zei: 'Er komt dadelijk iemand.'
De kamer was ouderwets, maar onberispelijk gemeubeld. Heel het huis leek trouwens in gereedheid gebracht voor zijn nieuwe bewoners. De oudsten gingen zitten, voorzichtig, als twijfelden ze eraan of dat mocht. De wand boven de schoorsteenmantel werd geheel in beslag genomen door een spiegel in een vergulde, van weelderig loofwerk voorziene lijst. De wereld werd erdoor verdubbeld, maar doordat de vallende schemer kleuren en vormen uitwiste, leek het een verdubbeling van iets dat niet bestond, een verschijnsel buiten de tijd.
Vóór iemand zich daarin kon verdiepen, verscheen de persoon die de chauffeur had aangekondigd. Hij kwam van de andere kant van het landschap in een kleine auto aanrijden. Het was Wehners oude studiemakker. Hahne naderde met snelle passen en sloot de buitenluiken van de tuinkamer, zodat het binnen donker werd. Een paar tellen later ging het licht aan.
Hahne kwam met uitgestoken hand op Wehner af, heette allen welkom en zei: 'Hahne - uw gastheer.' Hij wachtte even, alsof hij over zijn volgende woorden moest nadenken. 'Ik hoop dat u het naar uw zin zult hebben. Hebt u iets te vragen of op te merken, dan kunt u zich tot dokter Wehner wenden. Hij is uw contactman.'
Hahne wachtte weer en keek met een vriendelijke blik in zijn ogen de kring rond. 'Wat huishoudelijke zaken zoals voeding betreft, verzoek ik een van de dames even mee te gaan naar de keuken.'
137