men hun afkomst kon herkennen. Gezichten van gebrand-merkten. Wehner kende hen al jaren, jaren die hoe langer hoe trager waren gaan verlopen. Iedere dag betekende een stap dichter naar een toekomst die geen toekomst was, omdat men zich er niets bij kon of durfde voorstellen.
Hij ging te voet, zijn enige vervoermiddel. Nog steeds vielen er bladeren van de bomen, maar spoedig, misschien morgen al, zouden ze er volkomen kaal bij staan en zou de wind andere objecten moeten vinden om er zijn jachtspel mee te spelen. Volgens een gewoonte, die Wehner tot een tweede natuur was geworden, keek hij nauwelijks op of om, niet meer dan nodig was om botsingen te vermijden. Hij was op een eigen wereld aangewezen, zolang hij die kon vinden. Af en toe tastten zijn vingers in de buitenzak van zijn jas naar het papiertje met de namen van de uitverkoren lotgenoten. In zijn borstzak droeg hij zijn stethoscoop waarmee hij kon beluisteren wat er aan leven in zijn patiënten restte. Het eerste adres op zijn weg was dat van het echtpaar Weiss. Hij had hen drie dagen gelegen voor het laatst gezien. Na twee trappen te hebben beklommen belde hij aan, zonder naar het naambordje te kijken. Een onbekende vrouw deed open en bleef in de kier van de deur staan. Haar blik gleed op en neer langs zijn gestalte. Hij wist al dat zijn komst overbodig was, maar zei toch: 'Dokter Wehner, voor mevrouw Weiss.'
'Ze zijn verhuisd. Vertrokken,' zei de vrouw.
Hij was al op weg naar beneden toen hij haar nog hoorde zeggen: 'Het spijt me.'
Spijt, dat bestond dus nog, iets dat men kon meenemen aan zijn schoenzolen, die het herhaalden, op een trap, op de straatstenen, tot in het oneindige.
De leegte waarin hij zich voortbewoog, was twee mensen groter geworden, het surplus op zijn lijstje twee mensen kleiner.
Zijn tweede visite, bij mevrouw Hertz, leverde echter een onverwachte aanwinst op, een vierjarig meisje dat de vorige dag voor een paar uur door haar ouders aan mevrouw Hertz was toevertrouwd. De ouders waren niet teruggekomen en mevrouw Hertz had begrepen dat de paar uren de betekenis van voorgoed hadden gekregen. Het kind had het overigens getroffen, want Wehner had mevrouw Hertz voor zijn
132