de meubelen in de door een kleine schemerlamp verlichte kamer.
Kinderen? 'Ja, twee/ zei Wehner, 'een zoon en een dochter.' Vlak voor het uitbreken van de oorlog waren zij er nog in geslaagd hen te laten emigreren. Hij en zijn vrouw zouden wat later komen. Hij kon zijn dokterspraktijk niet zo gauw afwikkelen, er waren enkele mensen die sterk op hem steunden.
Hij bukte zich naar een fles die naast zijn voeten stond.
'En nu?' vroeg Hahne.
Hij had Wehner tijdens diens relaas niet aangekeken, maar langs hem heen gestaard en de kamer zo goed opgenomen als de zwakke verlichting toeliet.
Wehner schonk in, zette de fles neer en haalde zijn schouders op.
'Nu?' herhaalde hij.
Ze toostten en namen ieder een teug.
'Nu - niets,' zei Wehner. 'Ik hoor veel. Ik weet weinig.' 'Dan weet ik meer,' zei Hahne. 'Volgens mijn inlichtingen doe je er verstandig aan je zo gauw mogelijk in veiligheid te stellen.'
Wehner maakte een kort geluid dat op een lachje leek. 'Veiligheid? Waar? Hoe?'
'Een redelijke mate van veiligheid. Op zijn minst voorlopig,' zei Hahne.
Hij begon op zakelijke toon te vertellen wat hij voor Wehner en zijn vrouw kon doen. Hij, Hahne, was hier in de hoofdstad in verband met een plan om enkele mensen uit de gevarenzone te halen. Men had hem een zekere vrijheid van handelen gelaten, vooral wat de keuze betrof. De uitgekozenen zouden ongemoeid blijven, weliswaar beperkt in hun bewegingen, maar binnen die beperking vrij. Een afzondering die zo min mogelijk het karakter van gevangenschap zou hebben. Het aantal mensen stond nog niet vast, maar het zouden er waarschijnlijk enige tientallen kunnen zijn. Hij had zich juist afgevraagd wie hij hiervoor in aanmerking zou laten komen, toen hij zijn vroegere vriend Wehner tegen het lijf liep.
Ze konden elkanders gezicht nauwelijks zien en schenen daar ook geen moeite voor te doen.
Wehner schraapte zijn keel. 'Het is dus een officiële aangelegenheid.'
129