wanneer hij haar huis naderde, leek het of er toch iets veranderde, kwam er een nieuw element in de atmosfeer van de straat.
Soms bleef hij even staan luisteren, alsof hij aarzelde het huis binnen te gaan. De weinige muzikale kennis die men hem in zijn kinderjaren had bijgebracht, was geheel vervlogen en had plaats gemaakt voor een volslagen onverschilligheid jegens alle muziek. Maar terwijl hij daar stond en Ida's spel, gedempt door de ramen en muren, tot hem doordrong, werd hij overvallen door een melancholie die hem bijna de adem benam. Dat die kleine, uit haar milieu verjaagde vrouw hier, ergens aan de rand van het continent, zich onbekommerd aan muziek overgaf, confronteerde hem met de absurditeit en zinloosheid van een wereld die mensen als afval kon behandelen.
Ida was altijd blij als Henk kwam. Soms wat al te blij, vond hij. Ondanks de akelige berichten die zij uit haar oude vaderland kreeg en ondanks haar eigen trieste ervaringen, bleef ze vol optimisme. Ook het feit dat zich geen enkele leerling aanmeldde, kon haar niet van streek brengen. Daardoor had ze meer tijd om te wandelen, wat ze iedere morgen minstens een uur deed, al werd ze vaak bijna weggeblazen. De zeelucht deed haar goed, van haar astma had ze vrijwel geen last meer. De gasten die ze verwachtte, kwamen niet. Niemand. Dat stemde haar wel droevig, maar ze gaf aan die droefheid niet toe. Ze voelde zich sterker en gezonder dan ooit.
Ze was zuinig, ze had weinig nodig en betaalde voorlopig een bescheiden winterhuur. Henk, die wist wat ze bezat en in welk tempo het verminderde, maakte daar eens een opmerking over, voorzichtig, om haar niet te kwetsen. Het was de zoveelste regendag, een druipende wereld die zich geen zon herinnerde. Henk zinspeelde op instellingen die zich het lot van emigranten aantrokken.
'Nee, nee,' zei Ida haastig. 'Ik heb me altijd zelf kunnen redden. Er komen leerlingen, ik weet het zeker. Tegen het voorjaar moeten we nog maar eens adverteren.'
Terwijl Henk door enorme plassen naar huis waadde, bedacht hij dat Ida's wereld ondanks alles in stand was gebleven en dat ze het besef van de ramp die haar had getroffen, zoveel mogelijk verdrong. Slechts op enkele onbewaakte
124