Toen kwam de montere Cohen vertellen dat juffrouw Ro-senbaum hem had gevraagd als haar pleitbezorger op te treden. Ze wilde haar zolderkamer verlaten, maar durfde daar zelf niet over te beginnen. Ze kon een piepklein benedenhuisje huren. Daar voelde ze zich vrijer.
Het vogeltje was kennelijk onrustig en sloeg met zijn vleugels. Natuurlijk wilde niemand haar iets in de weg leggen. Het vooruitzicht van de verhuizing bracht juffrouw Rosen-baum in een gulle stemming. Soms als wij in de buurt van haar kamer waren, kwam ze naar buiten en bood ons iets aan: een stuk lint of kleurige knoopjes. Een keer liet ze zelfs mijn zusje een jurk passen en gaf die daarna cadeau.
'Ik ga morgen met Cohen mee,' zei ze als om haar goedgeefsheid te verklaren.
Ze toonde een scheef lachje, verlegen en verheugd.
Wij dachten dat Cohen haar de volgende dag zou verhuizen, maar zover was het nog niet. Ze ging samen met hem de klanten opzoeken.
Het was stralend weer toen hij met zijn wagen voor onze deur stilhield. Juffrouw Rosenbaum ratelde de trap af alsof er een mechaniek in haar lichaam zat. Die indruk werd nog versterkt toen Cohen, breed lachend, haar handig hielp. Op de bok zat een poppetje dat verrukt naar ons zwaaide alsof de reis van haar leven begon.
'Een vreemd schepsel,' hoorde ik mijn vader zeggen, verwonderd maar zonder iets afkeurends. Mijn moeder gaf geen antwoord en haalde haar schouders op. Het geval ging haar begrip blijkbaar te boven. Een joods vrouwtje op een kar met manufacturen vond ik eigenlijk niet zo vreemd. Ik wist trouwens al dat joden niets menselijks vreemd was en dat ze daar soms nog iets extra's bij hadden, een toegift om hen van de rest der mensheid te onderscheiden.
Hoe het ook zij, juffrouw Rosenbaum kwam die avond met een blos op haar wangen terug. De frisse lucht had haar niet onberoerd gelaten, ook innerlijk niet. Ze verscheen, spraakzamer dan ooit tevoren, in onze huiskamer en gaf hoog op, niet van de verkoopresultaten, maar van het platteland, alsof ze in haar leven niet al vele kilometers platteland had af gesjouwd.
'En, hebt u goed verkocht?' vroeg mijn vader tijdens een adempauze van onze gast.
115