Het haarlint

Titel
Het haarlint

Jaar
1982

Overig
proza

Pagina's
156



der. 'U bent heel vriendelijk/ zei ze, 'maar ik zou niet weten waar ik het laten moest.' Een reactie die mij, gelet op haar nietig postuur, niet ongegrond leek.

Inmiddels hadden mijn ouders zich met haar toekomst beziggehouden. Terwijl juffrouw Rosenbaum met besluiteloze handjes aan haar japonnetje plukte, zette mijn vader zijn plan uiteen. Soms knikte ze, instemmend en aarzelend, alsof ze het allemaal niet erg vertrouwde, maar ze zei toch herhaaldelijk: 'Ja, graag. Ja, heel goed.' Het vrouwtje spartelde niet tegen, maar ze legde ook geen grote gewilligheid aan de dag. Mijn ouders ontging dit blijkbaar, ze waren te zeer onder de indruk van haar levensverhaal.

Die nacht sliep juffrouw Rosenbaum voor het eerst op de zolderkamer, een groot vertrek met een dakkapel en houten wanden. Het meubilair bestond uit een bed, een stoel en een wastafel met een kom en een lampetkan. Een paar planken dienden als kast, een rijtje haken als kapstok, ruimschoots voldoende voor de nieuwe bewoonster die niet meer bezat dan haar koopwaar en wat ze aan haar kleine lichaam droeg. De volgende dag werd de inboedel uitgebreid met een naaimachine en toen kon juffrouw Rosenbaum aan de slag gaan. Haar opdrachtgever was een van de Cohens uit onze gemeente, een manufacturier die met paard en wagen de boer opging. Om hem van de andere Cohens te onderscheiden, werd hij Dikke Cohen genoemd. Hij was een goedlachse man met onderkinnen, die aanbood om juffrouw Rosen-baums mattekloppers en stofdoeken mee te nemen. Hij zou ze wel kwijtraken. Maar ze wilde er geen afstand van doen en de spullen bleven in een hoek van haar kamer liggen.

In die kamer ratelde voortaan uren achtereen de naaimachine waarmee onze huisgenote haar jurkjes en schortjes maakte, kleurige dingen die de kinderen uit de polders iets vlinderachtigs moesten geven.

In mijn verbeelding zag ik ze in de tuinen en langs de wegen dartelen, Hollandse stroblondjes, opgesierd door een verschrompelde jodin uit een ver land.

Toen ze wat geld had gebeurd, kwam ze zelden meer aan onze tafel. Er werd op haar kamer een fonteintje aangebracht dat ze ook als gootsteen gebruikte. Ze kookte zelf haar potje op een oud petroleumstel, voor zover ze kookte, want ze scheen van een paar sneetjes brood per dag te leven.

113

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.