Mijn moeder liet zich een keer ontvallen dat Netje met watten trachtte aan te vullen wat de natuur haar onthouden had.
Daarentegen was van gebrek aan bloei bij Holzer geen sprake. Om deze bloei te onderhouden moest hij duchtig eten, wat onder de oorlogsomstandigheden geen kleinigheid was. Maar oom Ben, een man met veel relaties, wist via de zwarte markt genoeg in de wacht te slepen om zijn gast tevreden te stellen.
Ik trof hen dikwijls aan terwijl ze zaten te cijferen. Ze gebruikten daarvoor de rand van een krant. In de marge van de oorlogsberichten ontstonden reeksen getallen waarop ik slechts een vluchtige blik kon werpen, maar die in grootte leken te wedijveren met de bijna dagelijks gepubliceerde cijfers van gesneuvelden, gewonden en vermisten.
Zo bar kon het in de wereld niet toegaan of hier, in dit gezegende land, in deze beschutte kille, bleef men bouwen aan de toekomst.
Cijfers zijn internationaal, talen maar zelden. Het mengelmoes dat in het huis van oom en tante gesproken werd, kende zelfs geen nationale verspreiding en eigenlijk niet eens een lokale. Vandaar dat familie en vrienden zich met de gast grotendeels in gebarentaal onderhielden. Zodra oom Ben niet meer uit zijn woorden kon komen, zette hij zijn bril af en zwaaide daarmee. Dat gaf aan zijn uitingen iets hartstochtelijks, dat in strijd was met de bedachtzame trek op zijn bejaard gezicht.
Het naarstige gereken leidde er eindelijk toe dat Holzer zijn zaak op poten kon zetten. Een van de poten zou door zijn aanstaande schoonvader worden geleverd.
De gelukkige uitkomst van hun inspanning rechtvaardigde de openbaarmaking van dit aanstaande schoonvaderschap. Met andere woorden, Abraham en Netje zouden zich officieel gaan verloven en aangezien het tegen het Nieuwjaarsfeest liep, zou de receptie op de tweede feestdag plaatsvinden.
Netje was niet bleek meer, zeker niet wanneer ze met mijn moeder over haar bruidstoilet kwam spreken. Dan bedekte een blos van agitatie haar wangen en ze struikelde soms over haar woorden. Maar op rustiger ogenblikken gaf ze zich over aan haar zang, die scheller klonk dan ooit - bij Netje
102