ten geherbergd, om daarna te verdwijnen, meestal naar Amerika, ook een andere wereld, maar zonder jodenvervolgingen.
Tot de meest gastvrije leden van onze gemeente behoorden een oom en tante van mijn moeder, bejaarde mensen die tegenover ons, aan de andere kant van het grachtje woonden. Een brug voerde van onze voordeur rechtstreeks naar de hunne. Hun voordeur verschilde echter in zoverre van de onze dat men slechts een kruk hoefde neer te drukken om naar binnen te gaan. Er klingelde dan een belletje en men betrad een voorhuis waarin allerlei voorwerpen getuigden van oom Bens beroep: handelaar in oude metalen. Hij had het daarmee tot een redelijke welstand gebracht en iedere bezoeker pikte daarvan een graantje mee in de vorm van een kop koffie met een koekje.
In de huiskamer, een hoog vertrek met een houten zoldering, was de sfeer dikwijls verhit. Er waren onder de bezoekers lieden die zich nooit anders dan met verheffing van stem uitdrukten. Nu was het niet altijd gemakkelijk zich in het geroezemoes verstaanbaar te maken, zodat enige extra vocale inspanning wel nodig was. Maar er was nog een andere factor in het spel, namelijk het temperament van de bezoekers. Of ze het nu over zo iets wereldschokkends als de oorlog hadden dan wel over zo iets nietigs als de nieuwe overjas van de voorzanger, ze wisten altijd wel een reden te vinden om zich met maximale hevigheid te ontladen. Het gevolg was dat ook de van nature minder uitbundigen moesten schreeuwen om hun stem en hun zienswijze niet in het tumult verloren te laten gaan.
Ik moet hieraan toevoegen dat de zin van de gesprekken mij grotendeels ontging. Ten eerste was mijn kinderlijk geduld niet opgewassen tegen langdurige zittingen, zodat ik meestal, ondanks de vermanende blikken van mijn ouders, op zeker ogenblik de benen nam. Bovendien werd er in deze kring een taal gebruikt die sterk verschilde van wat ik op school als algemeen beschaafd Nederlands leerde. Afgezien van de typisch joodse uitdrukkingen die ik maar voor een deel begreep, gebruikte men hier een koopmansjargon dat mij volkomen duister bleef. Toch bleven die uitdrukkingen mij zo vertrouwd dat ik er niet aan dacht de aanwezigen anders te zien dan als groepsgenoten, mede-joden. Mensen
100