De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



Zij zitten eindelijk tegenover elkaar in gemakkelijke fauteuils. Vink kijkt hem glimlachend aan, maar eenigszins weemoedig. Bonger glimlacht niet, want hij heeft er geen reden toe. Als men hem direct aan zijn werk had laten gaan, was het veel beter geweest. Zoomaar onopgemerkt en niemand vraagt of zegt iets...

— En, beste jongen, hoe staat het leven?

Zoo gemoedelijk heeft Vink hem nog nooit aangesproken, dus het was hem wel meenens met zijn glimlach.

— Ja, zegt Bonger, ik kan er U niet veel van zeggen. Niet veel tenminste, dat U zal bevredigen. Ik voel me goed, ziet U, maar uiterst zwak. Niet zoozeer lichamelijk, maar...

— Nee, ik begrijp het wel. Je bent nu zoolang in de eenzaamheid geweest en je hebt trouwens altijd in isolement je vermaak gezocht, dus de buitenwereld doet je wat vreemd aan. Daar moet je weer aan wennen...

— Juist, zegt Bonger en het doet hem genoegen, dat de ander hem zooveel woorden uit den mond neemt.

— Dat gaat natuurlijk langzaam. Je moet het ook vooral niet verhaasten. Het komt er op een week niet op aan en zelfs niet op een maand — als we je maar weer gezond terugkrijgen.

— Heel vriendelijk van U. Iets anders begeer ik ook niet. Ik dank U trouwens voor alles wat U voor me hebt gedaan...

— Och kom, dat beteekent niet veel. Nou dacht ik nog wel, dat ik er zoo goed aan deed, je dr. De Groot te sturen, maar dat is falikant uitgekomen.

— Ja, dat is waar. Ik wil daar niets mee te doen hebben.


99

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.