De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



schen stroom door zijn hoofd gaan. Lichamelijk is hij trouwens uitstekend, alleen misschien wat onwennig. Maar Fie loopt naast hem, ofschoon hij er voor zorgt, dat er eenige ruimte tusschen hen beiden blijft. Niet uit antipathie jegens haar, maar zij loopt in verpleegsterskleeren en hij wil niet, dat men hem voor een zieke houdt.

— Zal ik mee naar binnen gaan? vraagt Fie.

— Welja, ga maar in de wachtkamer zitten of zoek je zwager op.

Maar naar haar zwager verlangt zij blijkbaar niet, want zij verkiest in de wachtkamer plaats te nemen. Het is daar heel gezellig en leerzaam. Men aanschouwt er in wandschilderingen, hoe goed het is zich tegen alle ongemakken en risico’s, die het leven biedt, te verzekeren.

Links de gang in, dan bereikt men het bureau van de directie. Eerst komt men in een kleine voorkamer, daar drukt men op een belletje. Gaat er een lichtje branden, dan is dat een bewijs, dat men nog een schrede verder mag doen en het allerheiligste betreden.

Zie, daar zitten de drie heeren: Vink en Bosma en Beckers. Zij drukken hem allen de hand en hij zegt, dat het hem al veel beter gaat. Vink begeeft zich met hem naar een nog intiemer vertrek, terzijde gelegen. Als men staat, ziet men uit op een binnenplaats. Door de ramen, die in de muren rondom deze plaats zijn aangebracht, ziet men menschen, die werken met vulpen of schrijfmachine. Maar als men zit, gaat men schuil achter het matglazen schot en kan men heel discreet over zaken spreken.


98

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.