De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



schen, van gezonden en zieken en dan tikt Vink zich opeens op het voorhoof d.

— Potztausend! zegt hij, er moet toch eens wat in die zaak-Bonger gebeuren!

— Hoe bedoelt U dat, meneer Vink?

— Och, och, wat ben ik toch ongeloofelijk vergeetachtig! Hoe lang is dat nu al geleden, dat De Groot bij me was? De zaak staat namelijk zoo, dat die man zonder eenige medische hulp voortsukkelt. Als er inmiddels geen verandering is gekomen. Maar De Groot scheen daar niet veel hoop op te hebben...

— Hé, dat is eigenaardig, vindt Van Swieten.

— Ja, en hij laat niets van zich hooren. Of hebt U soms wat van hem gehoord ?

— Dat is te zeggen: mijn schoonzuster verpleegt hem, maar van den juisten toestand ben ik niet op de hoogte.

Vink bijt zich op de onderlip. — ’t Is een rare geschiedenis. We kunnen er natuurlijk wel op vertrouwen, dat de man terugkomt, zoodra hij beter is, maar er moet toch een controle zijn... En dat laat hij niet toe. De Groot beweert trouwens, dat hij daar geen baat bij vindt — tenminste als ik hem goed heb begrepen...

— Hoe wonderlijk! zegt Van Swieten en hij voelt het geheim om Bonger nog geheimer worden.

— Wat moeten we daaraan doen?

— Tja..., zegt Van Swieten en zet een peinzend gezicht, maar verder weet hij er ook niets op.

— U, als zijn naaste collega, zou hem misschien eens een


94

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.