moet gaat, die aan zijn gezichtseinder ligt, het gebied van verzwegenheid en duisternis, dat geen angsten kent en geen vreugden. Geen mensch kan dien nameloozen staat omschrijven.
248
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.