De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



man er vrij onverschillig tegenover staat. Wie kan achter deze geheimzinnige dingen komen? De veelbeproefde Van Swieten niet.

Fie is gisteravond even uit haar werk gebroken om bij hem thuis van haar medeleven blijk te geven. Ze vroeg ook of Lou het wist en of hij niet had gevraagd, den jongen te mogen zien, want hij houdt immers zooveel van hem. En toen Van Swieten zei, dat hij juist zoo raadselachtig terughoudend deed, had ze alleen maar „Zoo...” geantwoord en duidelijk laten merken, zich van verder commentaar te willen onthouden. Ze heeft beloofd, steeds te zullen komen, wanneer ze maar even tijd heeft. Uit een en ander maakt Van Swieten de combinatie, dat zijn schoonzuster al zeer weinig of heelemaal geen contact met zijn collega heeft. En er was toch iets tusschen Bonger en Fie, zoo goed als er iets was tusschen Bonger en Kareltje...

Een zin is aan Kareltjes ijlen niet vast te knoopen. Men hoort iets van pianospel en teekeningen en verhaaltjes en soms roept hij midden daar doorheen om zijn moeder. Geen mensch kan dat met droge oogen aanhooren, het is voor den-gene, die het bij woont een even groote marteling als voor den kleinen zieke.

— Ik wil het toch eens tegen den dokter zeggen, dat hij zoo vaak over Bonger spreekt, zegt Trees.

— Waarom? vraagt haar man.

— Misschien zou het goed zijn als Bonger eens bij hem kwam. Ik geloof, dat hij een grooten invloed op het kind heeft.


246

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.