— Jawel. Maar ik wil nu liever aan m’n huiswerk gaan.
— Zoo, dat verwondert me! Ik heb je wel eens minder ijverig gekend en je hebt bovendien nog een heelen dag voor je.
Daarna wilde de jongen opstaan, maar de vader liet het niet toe. Hij moest en zou hem duidelijk onder het oog brengen, dat hij zich uiterst oneerbiedig tegenover zijn vader gedroeg en rustig had af te wachten, tot hij permissie kreeg om te vertrekken. Toen was Trees binnengekomen en op haar kalme wijze stof gaan af nemen.
— Heb je het verstaan? vroeg Van Swieten streng.
Maar de jongen keek hem aan met oogen vol woede en
antwoordde niet.
— Ik vraag je nogmaals of je het hebt verstaan!
En toen leek het wel of de knaap onnoozel was, want hij zeide: — Wat dan?...
Maar Kareltje was om den drommel niet onnoozel en hij zat een loopje met zijn eerbiedwaardigen vader te nemen. De man kreeg plotseling door zijn opwinding heen allerlei wild-sinistere gedachten, zooals dat Bonger zich aan het kind zou hebben vergrepen of hem een verdoovend middel ingegeven. Dat belette hem echter niet, Kareltje vast te grijpen, teneinde hem op klassieke wijze wat meer kinderlijk respect bij te brengen. Maar het lesje ging niet door, want Trees kwam er doodbedaard tusschen en trok den jongen uit de vaderlijke handen.
— Wat is er eigenlijk gebeurd? vroeg ze.
Even was Van Swieten met stomheid geslagen door deze
235