De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



Bonger legt het teekeningetje als een reliquie tusschen zijn papieren.

Daarna leest hij nog zijn verhaal voor van de kinderen en den ooievaar, die moest overwinteren. Dat vindt Kareltje blijkbaar zeer mooi, want hij is er erg van onder den indruk en kan de eerste oogenblikken, nadat Bonger heeft geëindigd, niet spreken. De jongen pakt de handen van den man en drukt ze lang, als om hem te bedanken. Bonger voelt zich eenigszins confuus, ofschoon het slechts een kind betreft. Maar het is misschien dan toch waar, dat anderen iets aan zijn verzinsels hebben.

— O, wat is dat mooi! zegt Kareltje, op zijn schoot zittend.

— Wat vind je er dan zoo mooi aan?

— Alles! Het is zoo echt goed en de natuurbeschrijvingen zijn zoo prachtig. Het moet heerlijk zijn om zoo te kunnen schrijven...

— Je hoeft me anders niet te benijden, jongen. Ik kan teekenen noch piano spelen.

— Och, ik weet eigenlijk niet, of het zoo benijdenswaardig is om die dingen te kunnen...

— Wat is dat? Ik dacht, dat er voor jou bijna niets anders bestaat!

— Dat is waar en ik vind het ook wel heerlijk. Maar als je zooiets kan, heb je het veel moeilijker dan andere menschen...

Bonger kijkt in de open, ernstige oogen van het kind. Waar is het frissche, uitbundige jochie gebleven? Hij weet


221

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.