De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



— O nee, dat hoeft ze me niet te vertellen. Dat merk ik zoo wel!

Och, wat heeft oom Lou zich voor hem uitgesloofd! Er staat een flesch limonadesiroop op tafel en er zijn zuurtjes en koekjes.

— Waarom heb je dat gedaan, oom? Ik vind het verschrikkelijk lief van je, maar je had het toch niet moeten doen...

— Snoep je dan niet graag?

— Nou, vast wel! Maar ik ben toch eigenlijk meer om de verhaaltjes hier gekomen.

— Dus je hebt er maar op gerekend, dat ik hier verhaaltjes ga zitten vertellen. Ik heb je toch immers den vorigen keer verteld van dat vestzakje, waar een gaatje in zit...

— O, dat is al lang weer gemaakt! Je hebt alweer verhaaltjes bij de vleet!

Bonger ligt gemakzuchtig in den fauteuil en de jongen zit zuurtjes knabbelend naast hem op de leuning.

— Nu moet jij me toch eens vertellen, hoe je weet, dat ik zooveel verhaaltjes heb!

— Dat zie ik in je oogen! antwoordt Kareltje. Ben je er kwaad om, dat ik het zeg?

Is dit kind helderziende? Ook de oogen van den jongen zijn anders dan die van andere kinderen, zekerder dan de kinderoogen, die Bonger in zijn verbeelding voor zich ziet. Die zijn meestal open en lachend, maar zelfs als ze weenen, is hun tranenfloers een waas van het paradijs. Waarschijnlijk doordat de jongen gewoonlijk zoo levendig is, ziet Bonger


219

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.