De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



Kareltje valt jubelend zijn moeder om den hals, terwijl Van Swieten hoogst verbaasd zijn collega aankijkt.

— Wat beteekent dat? vraagt hij, als de ander zonder iets te zeggen zijn kopje koffie weer opneemt.

— Sinds wanneer moet ik verantwoording afleggen van m’n particuliere gesprekken?

Bonger wil hem even in ’t ootje nemen, maar dat gaat niet goed, omdat Van Swieten zich danig opwindt.

— Doe nou niet zoo onnoozel! Ik heb het al lang door! Jij moest vooral aan de telefoon komen, omdat mijn zoon er was. Dat is een ongeloofelijke brutaliteit! Ik zal ’m eens even mores leeren!

En hij loopt naar het toestel, blijkbaar om zich met den opstandige in verbinding te stellen.

— Toe nou, zegt Bonger opstaande, ga nou geen onwijze dingen doen. Ik ben wel geen vader, maar ik kan me niet voorstellen, dat zooiets een halsmisdaad is.

— Ik vind het ongehoord! Niet alleen tegenover mij, maar ook tegenover jou! Wat is dat voor een opdringerige manier van doen!

— Ik beschouw het heelemaal niet als zoodanig, verklaart Bonger kalm. De jongen heeft blijkbaar heel erg op dat bezoek gevlast en waarom zou hij nu zijn zin niet mogen hebben?

— Ben je er dan op gesteld om een heelen middag met een kind opgescheept te zijn?

— Dat was immers afspraak!

— Nietwaar. Fie zou meekomen...

215

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.