De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



maal niet, of meneer Bonger er op gesteld is, een heelen middag alleen met een kleinen jongen te zijn.

— O, vast wel, vader!

— Nee, daar komt niets van. Ik zal ’t hem morgen wel zeggen!

— Misschien wil hij hier komen, bemiddelt Trees, die ziet, dat Kareltje op ’t punt staat in snikken uit te barsten. Hij houdt blijkbaar onbegrijpelijk veel van dien man en waarom wil Jo hem nu weer dat plezier ontnemen?

— Hier komen? Onzin! valt Van Swieten uit, die een weigering vreest. Hij zal er zeker weinig voor voelen, voor kindermeisje te spelen. Je moet niet denken, dat iemand je als zijn gelijke beschouwt, omdat je aardig teekent en piano speelt...

Hij kan voortgaan zoolang hij wil, maar Kareltje luistert niet meer naar wat voor hem een aaneenschakeling van wanbegrippen is en snikt zijn leed luidkeels uit. Dat ergert zijn vader in hooge mate. Wat drommel! Moet die jongen zoo hechten aan een wildvreemd mensch. En nog wel een halfkrankzinnige, die op zijn ontvankelijk gemoed misschien een funesten invloed zal uitoefenen! Daarom moet Kareltje op slag naar bed, want dat gehuil verstoort den maaltijd.

Maar boven fluistert zijn moeder hem in, dat hij maar niet meer moet schreien, omdat hij vast en zeker Zaterdag bij meneer Bonger op bezoek zal gaan. Kareltje valt haar om den hals en vraagt haar hoe dat mogelijk is.

— O, heel eenvoudig, verzekert Trees, dat zul je morgen wel zien.

213

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.