Lieve Lou, gaat het goed met je? Ik heb juist weer een karwei gekregen en ga er nu heen. Ik schrijf je dit, omdat er nog een afspraak liep, dat ik Zaterdagmiddag met Kareltje bij je zou komen. Dat kan nu natuurlijk niet — en dat vind ik niet erg. Ik was toch al van plan, een uitvlucht te zoeken. Gek dit te schrijven, hè? Wil je Kareltje op bezoek hebben, spreek er dan met Jo over. Houd je goed, lieve jongen.
Je FIE.
Hoe wijs van haar, dat ze niet wilde komen! En hij was die afspraak glad vergeten, ofschoon hij er Dinsdagavond nog aan dacht. Wil hij het kereltje op visite hebben? Hij kijkt naar het schrijfgerei, dat voor hem ligt. Daarin is zijn heele wereld besloten. En hij vreest, dat de omgang met kinderen in de realiteit op zijn omgang met kinderen in de verbeelding storend kan werken. Op het terrein der phantasie is hij meester, op dat van het leven slechts een pion. Maar hij voelt zich aangetrokken tot het begaafde kind.
Aan tafel vertelt Trees haar man het nieuws aangaande Fie. Hij is daar zeer blij om, want het scheelt weer zooveel op zijn budget voor schoonmama.
— Hoe moet dat nu Zaterdag? vraagt Kareltje. Tante Fie zou me meenemen naar meneer Bonger.
— Dan ga je een volgenden keer, antwoordt zijn moeder rustig.
— Nee, ik wil Zaterdag gaan en dan ga ik wel alleen!
— Dat kan wel wachten, meent zijn vader. Ik weet heele-
212