De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



— Dag, zustertje! Uitstekend, hoor! Jou ook?...

Van Swieten heeft al zijn zintuigen gespannen. Een grapje kan echter geen kwaad.

— Fie, ik geloof, dat jij wist, dat Bonger hier zou zijn vanavond!

— Nee, ik wist ’t niet, maar Lien misschien wel. Die is er waarschijnlijk expres om verkouden geworden vandaag, want anders waren we uitgegaan...

Zij zien kans, meer dan een uur met onbeteekenend gezwets zoek te brengen, hoewel zij gaarne over iets anders zouden spreken, of Bonger misschien maar zwijgen. De gastheer kijkt naar de pols van zijn schoonzuster, maar het horloge heeft zij niet aan. En hij zou graag over dien gouden cigarettenkoker spreken, maar als hij zich nu eens belachelijk maakt? Och, hij kan het niet laten, want als het werkelijk waar is, weet hij opeens veel meer. Het onderwerp biedt zich haast vanzelf aan. Van Swieten offreert den collega nog een cigaret uit het op tafel staande vaasje, maar deze zegt: — Kom, steek er nu eens een van mij op! — en haalt het bewuste étui te voorschijn. Fie let er niet op, die spreekt juist met haar zuster en dat komt Van Swieten eenigszins verdacht voor.

— Zeg, Fie, jij geeft aardig mooie cadeaux aan je patiënten!

— Waar heb je ’t over?

— En dit dan?

En hij wijst naar den koker, dien Bonger in de hand houdt.

— Heb ik hem die gegeven? Hoe kom je daarbij? Laat eens kijken. O, wat een prachtding...


202

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.