De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



— Je wordt nog een groot meester, jongen...

Daar schijnt Kareltje zich niets van aan te trekken, want hij zegt:

— U moet nog een verhaaltje vertellen...

En dan wil hij zich op de knieën van den gast nestelen. Maar zijn vader trekt hem weg.

— Meneer Bonger moet niets, maar jij moet wel naar bed! Het is nu mooi geweest! Zeg maar eens netjes goeien nacht...

Dat doet hij zonder pruilen, want eigenlijk is hij toch wel slaperig en zijn moeder helpt hem dan verder. Van Swieten laat niet na wat uit te weiden over het spel van zijn zoon en dat vooral zoo’n impromptu een bijzondere prestatie voor zoo’n kleinen baas is.

— Och, het andere evengoed, meent Bonger. Het is een groote verantwoordelijkheid, zoo’n kind te hebben...

Alleen de gedachte daaraan kan hem al angstig maken, maar Van Swieten is gelukkig wat minder zwaar op de hand.

— Ja stemt hij toe, dat is zoo. Maar ik geloof wel, dat we tot nu toe de juiste methode hebben gevolgd...

O, daaraan heeft Bonger niet gedacht, maar dat zegt hij natuurlijk niet. De gastheer heeft trouwens zooveel te vertellen. Dat het vooral zaak is, den knaap niet teveel te fêtee-ren, want dan zou hij onuitstaanbaar verwaand worden. Zijn leeraar wilde hem al eens in een provincieplaats met een orkest laten optreden — tenminste een poging in die richting doen. Van Swieten wil er niet van weten, dat heeft allen tijd. Dat dirigeeren in intiemen kring kon hij permitteeren, maar dan toch als uitzondering...


200

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.