De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



Kareltje laat zijn handjes reeds zachtjes over de toetsen glijden, want hij vindt het pianospel toch belangrijker dan die belangstelling voor Annie.

— Ja, begin nu maar, Kareltje, zegt zijn vader.

— Een étude van Chopin — of houdt U daar niet van? vraagt de jongen, zich omwendend naar Bonger.

— Heel veel. Ga je gang maar...

Bonger sluit aldra de oogen en ligt achterover in zijn ge-makkelijken stoel. Na Chopin volgt een impromptu van Schubert en daarna een stuk van Debussy. Hij vindt het spel verbazingwekkend. Het getuigt niet alleen van een intelligente muzikale opvatting, maar ook van een gevoel, dat hij achter dit kind niet had vermoed, ondanks diens begaafdheid. Alles is weliswaar niet rijp, maar dit doet niets af aan de beteekenis van het spel. Ook technisch is het een wonder, want hoe kunnen die kleine handen dat tot stand brengen? Hij is zeer onder den indruk, maar het is niet de zuivere beleving van schoonheid. Er mengen zich nu eenmaal storende sensaties in het beluisteren van een „wonderkind”, zeker wanneer men dit voor de eerste maal doet. Wat niet wegneemt, dat Bonger in een stemming is gekomen, waarin hij het liefst zou zwijgen. Maar als gast moet hij wel het eerst het woord nemen en daarom zegt hij:

— Bij zonder mooi...

Hij schrikt bijna van zijn stem en van de banale woorden. Dan wenkt hij Kareltje met een vaag gebaar, maar de jongen begrijpt hem en komt naar hem toe. Bonger streelt hem over het hoofd en knijpt hem goedkeurend in de wang.


199

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.