De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



Swieten glimlacht, voldaan, omdat zijn fijne intuïtie reeds zoolang die zielsverwantschap van deze twee menschen heeft vermoed, hoewel niet zonder ongerustheid.

Eigenlijk zou Kareltje direct moeten spelen, omdat het anders zoo laat wordt, maar dat gaat niet goed. Bonger mag eerst wel wat op adem komen en inmiddels kan hij dan het schetsboek van den jongen bekijken, dat de gelukkige vader voor hem heeft neergelegd. Het spreekt vanzelf, dat voornamelijk de aandacht op kleine Annie’s portret wordt gevestigd, en met succes. Want Bonger is er op slag verrukt van en uit zich in woorden, die Van Swieten niet van hem kent.

— Wat schattig! zegt hij. Wie is die heerlijke, kleine pop?

— Onze dochter! verklaart de heer des huizes.

— Och ja, jullie hebben een dochtertje... Waar is ze?

En het is wel een inbreuk op een heiligen regel, doch voor

dezen zeldzamen keer moet het maar. Trees haalt de kleine meid uit haar bedje. Ze is volkomen frisch, lacht en kraait en zegt brabbel woordjes. Bonger vindt haar onzegbaar lief, met die groote blauwe kijkers en appelroode wangetjes. Maar hij zou het niet wagen, haar op den arm te nemen, want zooiets heeft hij nooit gedaan.

— Ik wist niet, dat jij zooveel van kinderen houdt, zegt Van Swieten.

— Ik ook niet. Maar misschien kom het doordat die van jou van een bijzondere makelij zijn...

Daar lacht de gastheer om, maar wat de ander nu eigenlijk meent, weet hij niet.


198

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.