De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



een mensch kan lijden, wordt er in geleden en alles wat door zuiverheid het hart verheugt, vindt daarin een plaats.

Zijn hoofd is dof, wanneer hij eindelijk ophoudt en zijn keel brandt van dorst. Het is precies middernacht en de huisgenooten zijn dus reeds lang naar bed. Daarom zal hij maar even de straat opgaan. Er is nog wel ergens iets te drinken te krijgen en de nachtlucht zal hem goed doen.

Verlaten is de nacht om hem heen. Zelfs in de hoofdstraten beweegt zich nauwelijks een mensch. In een automatisch restaurant drinkt hij staande een paar glazen bier en is blij, als hij uit deze hel verlichte ruimte weer in de donkere straat komt.

Even denkt hij aan Fannie, die hier een minuut of vijf vandaan woont. Maar hij heeft geen enkele begeerte nu dan te slapen en gaat rechtstreeks naar huis. In den droom ziet hij vele kinderen en hij is zelf ook nog maar een kind, dat toch de wonderlijkheid van het leven beseft en zich daarom van de anderen afzondert. Eenige keeren wordt hij met tranen in de oogen wakker, ofschoon hij sterk dacht te zijn.


196

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.