De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



het overige kan de jongen wel bij hèm komen.

Het eerste uur is Bonger zwijgzaam. Hij moet zich even in de materie inwerken en heeft af en toe een beetje moeite om zijn gedachten te concentreeren. Het beeld van de ziekenkamer komt hem soms voor oogen. Dit stemt hem echter niet ongelukkig. Het doet hem goed, weer in de wereld te zijn. Alle oude dwaasheid is verdwenen, maar nieuwe is ervoor in de plaats gekomen. Dezelfde hand, die hier, met behulp van wetboeken en paperassen, de punten van een rapport over een geval van brand zit te krabbelen, heeft sprookjes geschreven. Alleen voor kinderen, de anderen hebben er niets mee te maken. Had hij Fannie maar niet... Ach, houd op!

— Een cigaret, Van Swieten?

— Graag! Goddorie! wat heb je daar een prachtig étui! Mag ik even kijken?

— Alsjeblieft, en Bonger reikt hem het kostelijke geschenk van Fannie over.

— Nou, nou... Heeft de Sint zoo goed bij je gereden?

— Zooals je ziet. Ik sta in een goed blaadje bij hem...

— Sjonge..., en Van Swieten geeft hem het étui terug, nog hoofdschuddend van bewondering.

Van wien kan hij dat hebben gekregen? Zelf koopt hij zooiets toch niet? En heeft hij zulke goede vrienden? Voor-zoover viel na te gaan, had hij er geen enkele. Fie zal toch niet?...

Bonger glimlacht, omdat hij een peinzende uitdrukking op het gelaat van zijn collega ziet. Die peinst alleen, als het over een persoonlijk zaakje gaat. Kijk, daar heb je ’t al.


189

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.