XVI.
Joyeuse rentrée op kantoor. Hartelijke woorden en handdrukken van Van Swieten, die kijkt, alsof hij niet goed kan gelooven, dat zijn collega terug is. En hij heeft hem toch zoo gemist, want dat werken met een invaller is weinig gedaan. Ja, zegt Bonger, dat kan hij zich voorstellen.
Dan belandt hij boven, bij de directie. Vink toont zich zeer blij bij het zien van den herstelden employé. Bonger ziet er uitstekend uit en de directeur had eigenlijk niet gedacht, hem hier zoo spoedig weer te kunnen aanschouwen. Heel vriendelijk, en Bonger dankt hem voor de vele attenties. Voorts zijn er enkele collega’s, die hem hebben gemist en zij moeten natuurlijk ook hun gelukwenschen uitspreken.
Daarna zet hij zich aan zijn taak, alsof er geen onderbreking was geweest. Hier is niets veranderd. Dat kon men ook amper verwachten en daarom valt het werk niet zwaar. Ook aan zijn collega ziet Bonger niets nieuws. Diens voorkomendheid, lichte geagiteerdheid en verlegenheid zijn hem van ouds bekend. Van Swieten verlangt er hevig naar, eens vertrouwelijk met den ander te spreken. Deze is sinds zijn ziekte nog belangwekkender voor hem geworden. Kareltje heeft zijn vader nog vanmorgen gevraagd, of hij Bonger niet wil inviteeren. Alleen maar om zijn spel aan te hooren, want voor
188