De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



ze Susie, die bij een van hun vriendinnen op bezoek is geweest. Da’s waar ook: Leentje woont sinds kort in deze buurt en nog wel in een zeer net benedenhuisje.

— Meid! waar kom jij vandaan? roept Susie uit.

— Van huis, antwoordt Fannie laconiek.

— Maak dat me zuster wijs! Je moet al vroeg zijn weggegaan. Ik heb je ten minste niet meer gezien. Je was toch met Lou — of...

Susie aarzelt, want haar vriendin kijkt stuursch. Aha! dus er is weer wat aan den knikker! Verwondert haar niks, wist ze al van tevoren!

— Nou, dringt Susie aan, want ze wil het toch weten —■ was je niet met ’m uit?

— Nee, ik ben juist op weg naar ’m toe. Vanmorgen was ie bij me, maar toen lag jij nog in je vuil!

— Jij zeker niet! Ach, wat een nonnetje! spot Susie. Weet je wat Leentje van je zei?

— Ze kan de pest krijgen en jij d’r bij!

Fannie draait haar vriendin den rug toe en loopt in tegenovergestelde richting weg. Dan moet ze een heelen omweg maken, zoodat ze toch niet voor half zes bij Lou kan zijn, wat haar nog meer ergert. Ach, eigenlijk kan ’t haar niks verdijen, ze weet zoo haar sof wel.

Mevrouw Rijnders maakt zelf open en lacht vriendelijk, met dat lachje, waarvan Fannie ten volle de huichelachtigheid proeft. O, da’s toevallig, meneer Bonger had juist gevraagd of ze er nog niet was.

Ze lacht, ze is weer de aantrekkelijke, vroolijke Fannie. En

185

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.