De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



hij rekt zich uit, nog niet goed zijn kostelijken slaap te boven.

— Ik ben zoo blij, zegt Fannie, want ik heb een rot-mid-dag achter me.

— Dan hoop ik, dat deze uren het goed maken.

Maar ze moet haar verdenking toch uitspreken. Die verpleegster. ..

— Ik zei toch, dat ik moest werken. Geloof je me niet?

— Jawel... natuurlijk...

— Nee, dat doe je niet! Hier, kijk dan!

En hij haalt de papieren uit de kast, uit ijdelheid. Waarom anders?

— Wat is dat nou eigenlijk? ’t Lijkt wel een verhaaltje.

— Is ’t ook. Heel onschuldig, voor de kindertjes.

Zij is toch verstandig, want ze maakt er geen aanmerking op, dat hij haar daarvoor heeft verlaten. Ze wil hebben, dat hij het voorleest, maar hij stribbelt tegen. Niet ernstig, wel-neen, want hij brandt om het aan een anders oordeel te onderwerpen en waarom zou dat Fannie niet mogen zijn?

Zij luistert met gespannen zintuigen en, volkskind als zij is, bekoort haar de naïeve romantiek van het gegeven ten zeerste. Hij leest trouwens met zooveel gevoel en ze wordt er week van. Dat is liefde, maar wat is haar eigen pijn? Nauwelijks is hij klaar, of ze valt hem om den hals en kust hem onstuimig.

— Lou, lieve jongen, wat is dat mooi. Dat jij zooiets kan schrijven... Ik begrijp het niet!

Ja, op papier is alles veel mooier dan in werkelijkheid. Maar die is toch ook te dragen. Ze eten in vredige stemming

186

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.