De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



En mevrouw Rijnders kijkt haar gast heel onschuldig aan.

— Meer dan ik heb verdiend! antwoordt Bonger zeer serieus en daar begrijpt mevrouw Rijnders niets van. Er heeft zich iets af gespeeld tusschen die twee, het zou ook onmogelijk anders kunnen zijn. Maar ze is niet onbescheiden genoeg, om op dit punt in te gaan. Dat voelt Bonger en hij waardeert het in haar. Ze is ten slotte een lieve vrouw, die nu al eenige jaren hospita over hem speelt. Hij heeft tot dusver nauwelijks notitie van haar genomen. Zij is een kinderlooze weduwe van ongeveer 45 jaar en heeft het op ’t oogenblik zeker niet gemakkelijk, nu hij nog maar de eenige gast is.

— Hoe lang ben ik hier nu al alleen? vraagt hij. Wanneer is meneer Rusting weggegaan? Dat was, meen ik, m’n laatste pensiongenoot...

— Ja, meneer Rusting was de laatste. Het is nu vier maanden geleden, dat ie vertrok.

— Zoo zoo. En doet U geen moeite, om weer iemand te krijgen?

Mevrouw Rijnders is zeer verheugd over deze ongekende belangstelling van haar doorgaans zoo gesloten en eenzel-vigen kostganger. Men kan nooit weten, of hij niet nog eens over interessante dingen gaat praten.

— Och nee, zegt ze, ik maak me niet zoo druk om nieuwe klanten. Ik heb nog een klein pensioen van m’n man en waarvoor zou ik me inspannen? Kinderen heb ik toch niet.

— Dat spijt U zeker? vraagt hij, getroffen door deze opmerking, die nochtans zeer terloops werd gemaakt.

— Och nee, nu niet meer. Vroeger, ja... Het is heerlijk


176

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.