zijn voeten te hebben gewasschen. En ja, dat was nu juist de kunst, die hij moest volbrengen. Nu moet ik je erbij vertellen, dat de man zijn voeten nog nooit had gewasschen en zoo was hij dus geknipt voor zijn taak. Natuurlijk had hij dat niet nagelaten om zich voor te bereiden, maar het was zoo’n gewoonte in zijn familie, om de voeten in origineelen staat te laten. Erg vies, zul je zeggen en daar heb je schoon gelijk in. Je kunt je indenken, wat een werk die man zou hebben, om den koning op de voorgeschreven wijze te naderen.
Wel veertien nachten achtereen deed hij geen oog toe, om een middel te beramen, teneinde zijn doel te bereiken. Maar pas in den vijftienden nacht, toen hij eindelijk van vermoeidheid insliep, werd hem in den droom het middel gezegd. Zijn moeder moest een paar heel fijne zijden, vleeschkleurige kousen voor hem maken, zooals ze tegenwoordig wel door de dames worden gedragen. Maar nu zijn die dingen niet meer zoo duur als destijds. Ze moesten er hun beide koeien voor verkoopen, om aan de fijne zijde te komen. Maar dat hinderde niet, want als hij eenmaal koning was, zou hij eiken dag wel vijf koeien voor zich laten slachten, om maar lekker te kunnen eten. En die kousen waren zoo gemaakt, dat ze precies om iederen teen afzonderlijk pasten. De oude vrouw had er een heel werk aan, maar dat kwam haar wel toe, omdat ze de boodschap zoolang had geheim gehouden. Eindelijk waren ze dan toch klaar en de zoon trok ze aan. En als een bewijs, hoe prachtig ze waren gemaakt, kan ik je vertellen, dat de vuile huid van de voeten niet eens door de zijde naar buiten scheen. Zoo toog hij op weg en kwam aan het
152