De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



hoe moet dat? Want ’s avonds moet je naar bed en anders ben ik nooit thuis.

— O ja, U bent er toch zeker op Zaterdagmiddag!

— Nou, niet altijd. Maar als je je visite aankondigt, zal ik m’n tijd voor je reserveeren. Je moest eens weten hoe druk ik het heb...

— Waarmee?

— Kareltje, dat mag je niet vragen! vermaant Fie.

— O, dat wil ik hem wel vertellen. Ik moet van al die boeken, die hier staan, de woorden tellen. En telkens als ik bij het tienduizendste ben, mag ik een wensch doen.

De jongen kijkt hem met een ongeloovigen glimlach aan.

— Weet je wat ik als eersten wensch zou doen? Dat ik niet verder zou hoeven te tellen!

Daar hebben ze allen dolle pret om. Dan vraagt het kind of Bonger hem een verhaaltje wil vertellen.

— Ik kan je maar één verhaaltje vertellen en wel een heel kort. Ik heb alle verhaaltjes, die ik had, verloren. En weet je hoe dat kwam? Kijk, ik bewaarde ze allemaal hier in dit vestzakje. Daar was ik natuurlijk erg voorzichtig mee. Dus je kan wel begrijpen, hoe ik laatst schrok, toen ik ontdekte, dat er een gaatje in de voering zat. Ik ging direct aan ’t zoeken, maar er zat niets meer in. Ze waren zeker weggeloopen...

Bonger maakt daarbij komische gebaren, zoodat de anderen het uitschateren. Fie staat telkens opnieuw versteld. Bonger is voor haar op ’t oogenblik net zoo’n wonder als de kleine baas. Misschien heeft hij zelf niet eens geweten, wat er aan talent in hem sluimerde...


147

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.