De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



— Wat heb jij veel boeken! Jij kan zeker mooie verhaaltjes vertellen...

— Er staan niet veel mooie verhaaltjes in die boeken.

— Tante Fie kan wel verhaaltjes vertellen.

— Ja, dat weet ik. Ze heeft er mij ook al heel wat verteld...

Fie geeft hem een zachten duw, maar hij trekt Kareltje op zijn schoot en vraagt:

— Wat vind jij dan mooi? Vertel me maar eens iets van wat je gehoord hebt. Ken je niet van het leelijke jonge eendje?

— O ja, dat heb ik zelf gelezen. Met een stukje papier en een potlood erbij gaat het nog beter.

— Sjonge, kun je ook al teekenen?

— Wist je dat niet? vraagt Fie, die zwelt van voldoening. Maar ze weet zelf eigenlijk weinig van die zonderlinge manieren van Kareltje.

— Waarom zal het nu beter gaan? vraagt Bonger nog.

— Och nee, het gaat niet beter, maar het is leuker, als je het meteen voor je ziet.

— Zoo’n soort bioscoop dus ?

Kareltje haalt de schouders op en begint. En dan teekent hij eerst de moedereend, die op het vreemde ei zit te broeden, dat maar niet wil uitkomen. En daarna het leelijke stumpertje, dat zooveel vernederingen te verduren krijgt, en de kippen en de ganzen en het meisje en de kat en alle personages, die in het mooie sprookje voorkomen. Bonger luistert er met ontroering naar, terwijl het ventje voor de tafel zit en ijverig


143

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.