De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



— Wat mij betreft, ik heb er geen bezwaar tegen, zegt hij.

— Dan breng ik hem na ’t eten weer thuis. Vind je dat goed? vraagt Fie haar zuster.

— Ha! juicht Kareltje, die steeds gretig gebruik maakt van de afwezigheid van den vaderlijken leiband.

Dat is een heel nieuwe gewaarwording voor Bonger, als hij daar in de tram zit met het kereltje tusschen hem en Fie in. Niets belet den medepassagiers om hen als een getrouwd en met een stamhouder gezegend echtpaar te beschouwen. En alle overwegingen hebben niet kunnen verhinderen, dat hij juist nu, weer bijna zoo sterk als vroeger, in menig opzicht misschien sterker zelfs, iets bekoorlijks in deze vrouw ziet, dat hij zal missen als ze uit elkaar zijn.

Kareltje zit er nu stil bij, alsof hij ergens over nadenkt, en Fie glimlacht, zonder dat ze het weet. Het was een heerlijke middag en het heer lijkste is nog, dat Lou is meegegaan. Er zijn meer menschelijke kanten aan hem, dan op het eerste gezicht schijnt.

— Zoo, zoo, zegt mevrouw Rijnders, die zelf opent, wat krijgen we nu voor visite?

— Ik heb mijn ondeugenden neef meegebracht, zegt Fie.

— Ja, hij eet bij ons, voegt Bonger er aan toe, want zijn moeder wil hem niets meer geven!

Kareltje lacht en zegt: — U moet er niets van gelooven, hoor!

Het is wel iets bijzonders, als hij daar in de kamer ronddraait en met zijn nieuwsgierige oogen maar niet uitgekeken raakt.


142

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.