De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



— Ja, zegt Bonger, ik houd wel van tante Fie. Zou jij je dan kunnen voorstellen, dat iemand niet van haar hield?

Fie heeft een kleur, maar dat kan ook door de kou komen en doordat Trees haar vertrouwelijk glimlachend aankijkt.

— Nee, zegt Kareltje, daar heb je gelijk in.

— Kareltje, je mag groote menschen niet tutoyeeren! Dat is je toch al zoo vaak gezegd!

Trees moet wel de taak van haar man vervullen, ofschoon niet van harte.

— Ik vind het niet zoo erg, verklaart Bonger en Fie stemt daarmee in, waarmee het ouderlijk gezag op dit punt hopeloos is ondermijnd.

— Moeder vindt het ook niet erg, beweert Kareltje en stompt dan meteen den bal, dien Trees onder haar arm heeft gehouden, de straat over. Bonger speelt den galanten ridder, die op Trees’ gegil het trottoir afsnelt om Kareltje in het rechte spoor terug te trekken.

— Had mij dat toch laten doen! zegt Fie. Ben je niet moe?

— Een beetje, maar we gaan hier toch op de tram.

En als ze daar twee aan twee staan te wachten, zegt Kareltje opeens:

— Mag ik met jou mee? Ik vind je een leuken man!

— Nee! snijdt Trees af. Meneer Bonger is pas ziek geweest en hij kan geen kinderen om zich heen hebben.

Maar Fie kijkt smeekend beurtelings naar Trees en Lou, want ze vindt het een kostelijk idee om het kind mee te nemen.


141

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.