hij tegen Bonger, maar als je inmiddels soms zin hebt om thuis op visite te komen — heel graag...
Hij lacht daarbij heel vriendelijk en Bonger heeft plots de behoefte om de zaal uit te rennen, de straat op... Inplaats daarvan uit hij de burgerlijke phrase van dank en dat hij zich niet teveel mag vermoeien. Dit hier is al iets buitengewoons...
Trees kan zich nu naast hem zetten. Zij vindt hem ook wel sympathiek en bovendien meent zij evenzeer, een band tus-schen hem en Fie te ontwaren. De kinderen lachen voortdurend luid, dus kan zij wel een woordje met hem wisselen.
— U moet toch eens komen, als U beter bent!
— Ik ben geen man van visites, maar in ieder geval dank ik U vriendelijk...
Hij is dadelijk prettig door iets getroffen, namelijk dat zij niet de prestatie van haar zoon oprakelt. Een rustig vrouwtje, niet zoo slim als Fie, maar niet onaantrekkelijk.
Als de uitdeeling der cadeaux plaats vindt, staan allen op. Bonger constateert dat hij in ’t geheel nog niet moe is. Het is aardig om te zien, dat vele kinderen evenveel aandacht hebben voor de geschenken van hun vriendjes en vriendinnetjes als voor hun eigen present. Een klein jongetje, dat blijkbaar met zijn bouwdoosje niet tevreden is, probeert een kameraadje diens bromtol te ontrukken. Maar daar het feest is en de vrijpostige knaap het zoontje van den voorzitter van het schoolbestuur, komt de kleine duivel er met een angstvallig opgeheven onderwijzersvinger af.
Kareltje is zeer tevreden met zijn grooten bruinen bal en doet het ding dadelijk hoog opspringen, zonder aan het risico
138