De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



die met veel, misschien zelfs met alles in de wereld verzoent.

Er breekt daarna wat men pleegt te noemen een storm van applaus los. De dirigent maakt dankend buigingen en diverse in de buurt der familie Van Swieten gezeten menschen keeren zich naar haar toe, complimenteeren en schudden handen. Allerliefst, charmant, kranig, ja zelfs geniaal, zijn de woorden, die haar om de ooren worden geslingerd. Van Swieten heeft moeite om zijn aandoening meester te blijven en Trees, toch steeds een toonbeeld van rust, laat twee groote tranen rollen.

Fie zegt tegen haar patiënt: — Engelachtig, niet? en deze antwoordt: — Ja, bijzonder lief, heel muzikaal — omdat hij toch ook zijn meening moet uiten.

Kareltje is al nauwelijks meer te zien. Hij staat tusschen de andere kinderen in en zingt met hen den Sint nog eenige liederen toe. Deze spreekt nog even zijn bijzondere tevredenheid over het gehoorde uit, zooals het een persoon van aanzien betaamt, en wordt dan uitgeleid.

Over Kareltjes prestatie wordt echter niet meer gesproken; op uitdrukkelijk verzoek van diens vader, die na de uitvoering geen officieel huldebetoon wenschte. Zoo is het trouwens mooi geweest. Niemand zal het voorloopig vergeten, zelfs al zijn hierna nog een goochelaar en een muzikale clown aan ’t woord.

Van Swieten moet, nog eer de uitvoering is geëindigd, wijken voor de roepstem van den plicht, die hem naar kantoor terugdrijft.

— In ieder geval hoop ik je Maandag weer te zien, zegt


137

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.