ziek vandaag! Zie hem daar eens zitten naast Fie. Die twee worden een paar en hij, Van Swieten, zal zich gelukkig voelen als het zoover is...
Plotseling breekt de draad van deze gedachten af, want Sinterklaas verkondigt, dat hij nu graag het lied zal hooren, door den kleinen Karel van Swieten te zijner eere vervaardigd. Men ziet de kinderen zich opstellen, naar de partij die zij hebben te zingen, want de compositie is zoowaar tweestemmig. Terwijl vele harten in spanning kloppen, klimt Kareltje, schijnbaar doodbedaard, op zijn dirigeerstoel en met een kort gebaar, waarin een kenner als Van Swieten den geboren meester ontdekt, legt hij de roezemoezende schare het zwijgen op. Een wenk aan de onderwijzeres, die op de piano begeleidt en de inleidende maten weerklinken. En daar zet het verrukkelijke koordje in, uit volle borst, en ieder is in de gelegenheid, onder den indruk te komen van de aan edele metalen denken .doende stemmetjes der kleinen. En zelfs alles wat gezag heeft binnen deze wanden, bestuur, vermogende ouders, directeur en personeel, is bevangen door dit wonder, gewrocht door een knaap in zijn achtste levensjaar. Vier coupletten lang duurt de spanning en Van Swieten en zelfs Trees zitten met rood hoofd te luisteren... Ook Fie voelt zich aangegrepen, terwijl, last but not least, Bonger zich niet kan verzetten tegen de charme, die er uitgaat van dit rustig en bescheiden dirigeerende kereltje en de door de kinderen met verve gezongen, pittige melodie.
Het is geen land van louter zon, waarin dit alles plaats vindt, maar ’t is dan toch van een onweerstaanbare bekoring,
136