De tweede jeugd

Titel
De tweede jeugd

Jaar
1939

Overig
roman

Pagina's
255



delijk toe en deze glimlachen terug, ieder op zijn wijze.

Er is alweer een volgend exemplaar aan de beurt en Bonger vraagt zich af, of hij hiervoor moest komen. De volwassenen spelen natuurlijk weer de mooie rol en de kinderen zijn figuranten... Het ergste is. dat de kinderen blijkbaar daarmee tevreden zijn. Maar hoe zouden ze anders later behoorlijke menschen kunnen worden?...

Als het grabbelen aan den gang is en er gelegenheid bestaat, zich van harte om de kinderpret te verheugen, zegt hij tegen Fie:

— Ik schaam me dat ik vroeger ook zoo ben geweest...

En Fie, die hem goed begrijpt, antwoordt:

— Als je je toch wil schamen, doe het dan omdat je medemenschen de kinderen zoo opvoeden. Maar het is toch schattig. Je moet van kinderen kunnen houden, ondanks alles.

Zoo is het met liefde in het algemeen, denkt hij. Hij kijkt Fie van terzijde aan, die verstandig genoeg is om veel te kunnen inzien en daarbij niet zoo dom, zich den smaak in het leven te laten bederven.

Onder het tumult door, buigt Van Swieten zich, achter drie stoelen om, naar Bonger over.

— En, Bonger, vind je het niet verbazend aardig? Dat is misschien wel iets heel nieuws voor je!

— Nou, toevallig ben ik ook kind geweest, al heb je dat misschien nooit gedacht. Maar ik vind het toch heel aardig en ik zie wel, dat je zoon een knappe jongen is...

Die lof is Van Swieten toch iets te doorzichtig, maar hij lacht als een boer, die kiespijn heeft. Wat is die Bonger spot


135

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.