XII.
Het gaat vreemd naarmate de school-uitvoering naderbij komt. Want Van Swieten leeft in onophoudelijke geheime en openlijke opwinding, maar bij Kareltje is daarvan geen sprake. De vader acht het natuurlijk niet noodig, zijn zoon ook tot eenige opgewondenheid aan te sporen, al vindt hij het eenigszins beschamend voor zichzelf, dat hij zijn zenuwen minder in bedwang kan houden dan de kleine jongen.
Op school is alles prachtig voorbereid. Dit is eerst recht een gelegenheid om te toonen, van welk een hoog gehalte het soort lieden is, dat deze instelling helpt in stand houden. Zelfs het onderwijzend personeel voelt zich aangedaan, als het aanschouwt hoe door goed betaalde kruiers de gymnastiekzaal in een feestlokaal wordt herschapen. Zij geven daarbij natuurlijk aanwijzingen, vooral de directeur, die zich, wanneer het schoolbestuur niet om den hoek gluurt, meester op zijn gebied voelt.
Alle kinderen zullen een fraai geschenk krijgen. Men heeft daarvoor niet om dubbeltjes en kwartjes hoeven te bedelen bij de ouders of op straat bij wildvreemde voorbijgangers. Ook heeft men geen subsidie van eenig overheidslichaam hoeven af te wachten. Het is hier beter geregeld dan waar ook, want het staat in de reglementen precies beschreven.
130