Dat zijn van die overpeinzingen, maar dat die overeenstemmen met het karakter van de muziek, gelooft zij zelf niet. En ook hooren ze niet bij haar eigen karakter. Maar wat vroeger uitzondering was, schijnt nu gewoon te worden. Nee, meer dan schijn kan dat niet wezen. Want als na een twintig minuten de uitzending is geëindigd, voelt ze zich weer heelemaal opgekikkerd. Kareltje wrijft zijn oogen even uit en ziet haar dan pas zitten.
— Tante Fie! juicht hij en stormt op haar af, rechtstreeks in haar armen. — Wat ben je lang niet hier geweest — niks aardig van je!
— Zoo, krijg ik een standje? Zal ik dan maar weer weggaan?
— Ja, dat zou je wel willen! Maar ik houd je vast!
En hij grijpt haar met zijn kleine knuisten stevig bij haar polsen.
— Kareltje, niet zoo wild! waarschuwt zijn vader. Vertel eerst eens, hoe je die uitvoering vond.
Dat is een vaste plicht. Elke week moet de jongen zijn meening ten beste geven en Van Swieten toetst die aan zijn eigen oordeel, omdat hij zich toch ook wel eenig inzicht mag toeschrijven. Hij luistert met strak gelaat, als Kareltje vertelt, waarom de sopraan niet ten volle zijn bewondering kon wegdragen en welke gedeelten niet best werden gezongen.
— Wat een knappe jongen ben je! zegt Fie, maar dat bezorgt haar een vermanenden blik van haar zwager.
— Hij hoopt knap te worden, is ’t niet? zegt hij tegen zijn zoon.
126