ten bij voor dezelfde collega’s, die hij bij zijn laatste bezoek niet is genaderd.
Van Swieten leest het briefje en denkt er over, Fie even op te bellen. Omtrent Bongers toestand is hij niet veel wijzer geworden. Dat uitstel voor een week is waarschijnlijk een optimistisch gebaar, hoewel Bonger niet van optimisme pleegt te stralen. Maar Van Swieten vergeet heelemaal te telefoneeren. Dat kan hij niet helpen, want hij weet niet hoe het zit tus-schen zijn schoonzuster en hem, na dat laatste, eenigszins onaangename gesprek. Het heeft hem heel veel pijn gedaan en ook Trees, zijn vrouw. Die heeft weliswaar niets van Fie’s onzinnigen uitval vernomen. De onrust van haar echtgenoot moest zij echter ondergaan, doch daarop is, zooals steeds, de vrede weer gesloten.
Kareltje is in deze dagen extra opgewonden en lastig, zooals kinderen in den Sinterklaastijd gewoonlijk zijn. Nu heeft de jongen daar temeer reden toe, daar hij zelf de massale uitvoering van zijn feestzang zal mogen dirigeeren. Een zevenjarig ventje als leider van een stuk of honderd kinderen, waaronder reuzen van jongens en meisjes, tot dertien jaar toe! Van Swieten is daarover niet zoo heel goed te spreken, omdat het buiten zijn paedagogisch systeem valt. Maar een onderhoud met den directeur van de school stelt hem eenigszins gerust. Die verzekert den vader namelijk, dat deze niets hoeft te vreezen. Mocht Kareltje gewichtige allures gaan aannemen, dan zal hij toch niet met meer égards worden behandeld dan de andere kinderen. En het voortreffelijke systeem van de school, waarop immers alleen kinderen van goed ge
121