te laten. Hij stelt er geen prijs meer op, zich een juist begrip van zijn toestand te vormen, omdat dit een fictie is en het resultaat van veel inspanning slechts meer verwardheid. Verstandig is naar je impulsen te handelen en er maar op te vertrouwen, dat die niet verkeerd zijn. Hij kan zich beheerschen, veel beter dan hij ooit heeft vermoed en het kost hem zelfs geen moeite. Hij zwachtelt zijn wezen in weldoende stilte, maar zonder angst, dat anderen of hij zelf die zullen verbreken. Zwakke naturen hebben inbreuk op hun diepste innerlijk te vreezen, dat heeft hij ondervonden. Maar hoe sterker men zich voelt, des te minder hoeft men te vreezen, dat on-genoode gasten het gebied zullen binnendringen, waarvan de aanraking, zelfs met de eigen gedachten, zoo uiterst pijnlijk is. De denkmachine heeft zich geheel anders moeten instellen. Het instrument functionneert nog niet feilloos, maar de haperingen worden minder. En binnenkort zal hij volkomen op een redelijk, rustig leven zijn afgericht.
Fie schijnt er dan ook niet meer aan te twijfelen, of hij kan met alle gerustheid alleen worden gelaten. Hij heeft nergens bezwaar tegen, zij mag gaan waarheen en wanneer zij wil. Zoo gebeurt het zelfs, dat zij op een middag uitgaat, voordat hij zijn wandeling zal gaan maken. Daar had ze eerst een inleiding voor noodig: dat ze even naar haar vriendin wou, die jarig is en nu juist een uurtje vrij heeft. Misschien wil hij wachten tot ze terugkomt, het duurt zeker geen uur. Maar hij kijkt haar glimlachend in haar mooie oogen en zegt, dat ze zich absoluut niet hoeft te haasten.
— Amuseer je maar, zegt hij. Je hebt je hier al zoolang
110